Onderzoekers hebben gekeken naar het DNA van dieren die oud worden en vergeleken met dieren die korter leven. Ze ontdekten dat genetische delen die met kanker te maken hebben bij langlevende dieren vaker vrijwel onveranderd blijven. Dit betekent dat bepaalde genen, die betrokken zijn bij het ontstaan van kanker, bij deze dieren beter beschermd zijn tegen veranderingen die kanker kunnen veroorzaken.
Daarnaast bleken ook de wijze waarop genen worden aan- of uitgezet anders te zijn bij langlevende dieren. Deze epigenetische veranderingen beïnvloeden hoe cellen reageren op mogelijke kankerverwekkers. Langlevende dieren zoals olifanten en vleermuizen hebben zo een natuurlijke bescherming die ervoor zorgt dat kanker minder snel ontstaat.
Dit onderzoek helpt ons beter te begrijpen hoe voorkomen kan worden dat kanker zich ontwikkelt en draagt bij aan het streven naar een gezonder en langer leven. De inzichten over genen en hun activiteit bieden aanknopingspunten voor toekomstige behandelingen en preventie bij mensen.
Gezond ouder worden hangt mede samen met het beperken van ziekten zoals kanker, en dit onderzoek vergroot onze kennis over hoe dat op natuurlijke wijze kan gebeuren.
Bron: Reason






