Na een hartaanval raken cellen in het hart soms in een senescente toestand. Dit betekent dat ze stoppen met delen, maar niet verdwijnen. In jonge en gezonde lichaamssituaties helpen deze cellen het herstel door signalen te geven aan immuuncellen en stamcellen. Zo dragen ze bij aan het aanmaken van nieuw weefsel op de plek van de beschadiging.
Met het ouder worden of bij ernstige schade blijven deze senescente cellen vaker en langer aanwezig. Dit zorgt ervoor dat ze juist schadelijke stoffen blijven afgeven. In plaats van het herstel te stimuleren, verergeren ze zo de ontsteking en de functiestoornissen van het hart. Hierdoor kan het herstel na een hartaanval slechter verlopen.
Onderzoekers kijken nu naar behandelmethoden die deze schadelijke cellen gericht kunnen opruimen. Zulke middelen, senolytica genoemd, ruimen de senescente cellen op en voorkomen daardoor verdere schade. Het is belangrijk dat deze behandeling op het juiste moment na de hartaanval wordt gegeven, zodat het herstel zo goed mogelijk verloopt.
Dit onderzoek is hoopgevend voor de toekomst van ouderen die na een hartaanval sneller en beter willen herstellen. Het helpt ons beter te begrijpen hoe het lichaam verandert met de tijd en welke behandelingen daarbij kunnen passen.
Bron: Reason






