Met het ouder worden hopen zich soms beschadigde cellen op in ons lichaam. Deze zogeheten senescente cellen verstoren de werking van gezonde cellen in de omgeving. Hoewel ze vaak maar een klein deel van het totaal uitmaken, kunnen ze het weefsel rondom aantasten en zo bijdragen aan allerlei ouderdomsproblemen.
Er wordt volop onderzocht hoe deze senescente cellen het beste aangepakt kunnen worden. Twee methodes vallen op. De eerste richt zich op het vernietigen van deze cellen met speciale medicijnen, senolytica genoemd. De tweede methode probeert juist te vermijden dat deze cellen schadelijke signalen afgeven, met behulp van senomorphica. Deze medicijnen remmen de negatieve invloed zonder de cellen te doden.
Laat blijkt dat senomorphica, zoals het medicijn rapamycine, een betaalbare en veelbelovende optie zijn. Helaas hebben deze middelen minder aandacht binnen de medische wereld, omdat er weinig winst te behalen is en onderzoek daardoor moeizaam verloopt. Het gebruik van deze medicijnen vraagt wel om een dagelijkse inname, in tegenstelling tot de senolytica die af en toe genomen worden.
Wetenschappers debatteren nog volop over de beste aanpak, omdat het verwijderen van deze cellen ook risico’s kan hebben. Soms helpen de senescente cellen juist bij het ondersteunen van weefsels die al beschadigd zijn. Daarom zijn verdere studies nodig om veilig gebruik te waarborgen, vooral bij aandoeningen die vaak voorkomen bij ouderen.
Deze ontwikkelingen zijn van belang, want het verminderen van schadelijke verouderingsprocessen draagt bij aan gezond ouder worden en een betere levenskwaliteit op latere leeftijd.
Bron: Reason