Wetenschappers gebruiken steeds vaker verouderingsklokken om het biologische ouder worden te meten. Deze klokken ontstaan door geavanceerde computertechnieken die biologische gegevens analyseren, zoals bloedwaarden of beeldmateriaal. Ze kunnen voorspellen hoe “oud” het lichaam aanvoelt, wat soms anders is dan de kalenderleeftijd.
Het idee is dat een hogere biologische leeftijd wijst op een grotere kans op ouderdomskwalen en sterfte. Dit maakt verouderingsklokken nuttig om te onderzoeken of nieuwe behandelingen het verouderingsproces kunnen vertragen. Tot nu toe is het echter lastig om met deze klokken betrouwbaar te meten wat het effect is van vernieuwende therapieën.
Dat komt omdat het verband tussen de gegevens die klokken gebruiken en de werkelijke verouderingsmechanismen nog niet volledig duidelijk is. Hierdoor kunnen de klokken soms te optimistisch of juist te pessimistisch zijn over het effect van een behandeling. Om dit probleem op te lossen, verzamelen onderzoekers nu veel data uit verschillende studies met mensen en dieren.
Met al deze informatie hopen zij uiteindelijk te ontdekken welke verouderingsklokken het beste aangeven of een behandeling echt helpt. Dit is belangrijk omdat het snel beoordelen van nieuwe therapieën het ontwikkelen van effectieve methoden tegen ouder worden versnelt. Zo kunnen we stap voor stap beter leren gezond ouder te worden.
Bron: Reason