Onderzoekers hebben ontdekt dat het bewegingspatroon van een organisme halverwege het leven aanwijzingen kan geven over de resterende levensduur. Zij volgden de bewegingen van de kortlevende killivis, een klein visje dat vaak wordt gebruikt in studies over veroudering. Dit onderzoek laat zien dat ouder worden niet geleidelijk gaat, maar in korte, plotselinge fases.
De onderzoekers merkten op dat de specifieke bewegingen, ofwel ‘bewegingssamenstellingen’, in de middenfase van het leven sterk samenhangen met hoe lang de vissen uiteindelijk blijven leven. Dit zou kunnen betekenen dat bepaalde gedragsveranderingen relatief vroeg in het leven al iets vertellen over het verouderingsproces.
Deze inzichten uit het dierenrijk kunnen ook relevant zijn voor mensen. Door te kijken naar veranderingen in onze beweegpatronen, bijvoorbeeld hoe actief we zijn of hoe we bewegen tijdens de dag, zou men in de toekomst mogelijk eerder kunnen inschatten hoe gezond iemand ouder wordt.
Bewegen houdt niet alleen het lichaam gezond, maar helpt ook het verouderingsproces beter te begrijpen. Dit geeft hoop voor nieuwe methodes om gezond ouder worden te bevorderen.
Bron: Neuroscience News






