Genen spelen grotere rol bij levensduur dan gedacht

Wetenschappers ontdekten dat onze genen veel meer invloed hebben op hoe oud we worden dan eerder werd aangenomen. Lange tijd dacht men dat vooral omgevingsfactoren en toeval bepaalden hoe lang mensen leven. Nieuw onderzoek laat zien dat erfelijke factoren ongeveer de helft van het verschil in levensduur kunnen verklaren. Dit is een belangrijke verschuiving in het begrip van ouder worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Weizmann Instituut, waarbij grote datasets van tweelingen werden geanalyseerd. Omdat tweelingen deels dezelfde genen delen, kunnen die studies helpen om het effect van erfelijkheid te bepalen. Zelfs tweelingen die apart van elkaar zijn opgegroeid, laten vergelijkbare patronen zien in levensduur, wat het belang van genen onderstreept. Om willekeurige ongevallen en externe sterfgevallen uit te sluiten, maakten onderzoekers gebruik van geavanceerde rekenmodellen.

Deze ontdekking betekent dat genetica een veel belangrijkere rol speelt dan eerder werd aangenomen. Dat stelt ons in staat om beter te begrijpen welke biologische processen bijdragen aan een lang leven. Het kan ook de ontwikkeling van nieuwe methoden voor gezond ouder worden stimuleren, door bijvoorbeeld gericht te kijken naar genetische risicofactoren. Tegelijk blijft de omgeving natuurlijk ook van belang voor onze gezondheid.

Het besef dat genen ongeveer de helft van onze levensduur bepalen, biedt nieuwe aanknopingspunten voor onderzoek naar longevity. Mensen kunnen op die manier meer inzicht krijgen in hun persoonlijke levensverwachting en hoe zij via leefstijl toch invloed kunnen uitoefenen. Dit onderzoek draagt bij aan een vollediger beeld van gezond ouder worden.

Bron: Origineel artikel

Lidmaatschap nodig

Om dit te bekijken heb je een actief lidmaatschap nodig.

Ik wil meer weten Sluiten