Tom Johnson legde basis voor nieuw onderzoek naar veroudering

Afgelopen maand is Thomas “Tom” Johnson overleden, een baanbrekende wetenschapper in de studie van veroudering. In de jaren tachtig brak hij met de opvatting dat het verlengen van levensduur onmogelijk was. Zijn onderzoek met de kleine worm C. elegans leidde tot de ontdekking dat veranderingen in één enkel gen de levensduur met meer dan vijftig procent kunnen verlengen.

Voor die tijd werd veroudering gezien als een complex proces met duizenden betrokken genen. Tom Johnson toonde aan dat je veroudering ook als een meetbaar kenmerk kunt bestuderen en dat genetische aanpassingen direct invloed kunnen hebben op hoe lang een organisme leeft. Hiermee maakte hij verouderingsonderzoek tot een serieus vakgebied.

Zijn werk inspireerde een nieuwe generatie wetenschappers, zoals Gordon Lithgow en Simon Melov, die later belangrijke posities innamen bij het Buck Institute. Johnson was ook bekend om zijn open houding en het begeleiden van jonge onderzoekers, wat cruciaal was voor de ontwikkeling van het vakgebied gerontologie.

Het onderzoek dat Johnson startte, vormde de basis voor het begrip van veroudering als iets dat kan worden beïnvloed en mogelijk vertraagd. Dit inzicht opent nieuwe kansen om gezond ouder worden te bevorderen en de kwaliteit van leven op latere leeftijd te verbeteren.

Dit is belangrijk omdat het aangeeft dat veroudering niet zomaar iets onvermijdelijks is, maar iets waar wetenschap steeds meer grip op krijgt.

Bron: Buck Institute

Lidmaatschap nodig

Om dit te bekijken heb je een actief lidmaatschap nodig.

Ik wil meer weten Sluiten