Wetenschap vandaag voor een gezonder morgen
Gewoontes zijn voor velen geen bewuste keuze meer. Gewoontes zijn er als het ware als automatisme ingeslopen, ze zitten als het ware “ingebakken” in je brein. Dus zelfs als iemand denkt:
“Ik wil gezonder eten”
“Ik wil minder snoepen”
blijft het oude gedrag gewoon doorgaan. Niet omdat die persoon dat niet zou willen — maar omdat het automatisch gebeurt.
Of anders geformuleerd: veranderen is niet alleen iets nieuws beginnen, maar vooral iets ouds dat automatisch is geworden afleren.
En dat afleren is vaak moeilijk. Het verloopt doorgaans veel trager en is minder zichtbaar dan het aanleren van iets nieuws.
Een ongezonde gewoonte die al jaren bestaat, verander je dus niet zomaar. Dat is heel normaal. Veel keuzes die we elke dag maken, zijn in de loop van de tijd inderdaad vaste patronen geworden. Juist daarom is het zo belangrijk om stil te staan bij de vraag: wat houdt mij eigenlijk tegen?
Wie gezonder wil leven, merkt vaak dat het niet alleen gaat om weten wat goed is. Veel mensen weten best dat wandelen, gezonder eten, beter slapen en meer bewegen belangrijk zijn. Toch lukt het niet om er echt mee te beginnen. Dat komt meestal niet door onwil, maar door onzekerheden en ideeën die ons afremmen.
Om deze vraag te beantwoorden moeten we allereerst bedenken dat het vaak gaat over wat mensen niet bewust doen. Bijvoorbeeld op grond van een vooroordeel.
Denk maar eens aan vooroordelen als:
“Ja, ik heb dit nu eenmaal nodig om te ontspannen”
of
“Ja, ik weet het wel maar je weet ook wel dat gezond eten best lastig is”
“Je hoeft me echt niets te vertellen… ik kan dit toch niet volhouden”
Dat zijn geen feiten — dat zijn ingesleten denkpatronen, vooroordelen die maken dat er veel “proteststemmetjes” zijn.
Achter elke gewoonte zit een aansturing vanuit onze hersenen.
In ieder geval kun je zeggen dat je bepaalde patronen kunt opbouwen waarbij je ondersteund wordt om een bepaald gedrag vol te houden. Zo praat je jezelf als het ware goed.
Er is zelfs een methode ontwikkeld om mensen te helpen om van ongewenst gedrag af te komen. Die methode draagt de naam “motiverende gespreksvoering”.
Bij die methode moet je eerst leren om stil te staan bij wat je zelf zegt en denkt. Welke redenen geef je jezelf om door te gaan met je huidige gedrag? En kloppen die redenen eigenlijk wel?
Vervolgens leer je om niet alleen te kijken naar waarom je iets doet, maar ook naar wat je eigenlijk zou willen veranderen. Daarbij ontdek je dat er vaak twee kanten in jezelf zitten: een kant die wil veranderen, en een kant die alles bij het oude wil laten.
Door die twee kanten te herkennen en te benoemen, ontstaat er ruimte. Ruimte om bewuster te kiezen en stap voor stap ander gedrag op te bouwen.
Vaste patronen zijn patronen die kennelijk ons gedrag typeren.
In een onderzoek van Philippa Lally (Pippa, zie foto) werd gekeken hoe lang het duurt om iemand nieuw gedrag aan te leren. Zelfs bij de meest eenvoudige opdracht – het drinken van een glas water direct na het opstaan- duurt het bijna 3 weken voor iemand zonder ergens aan te denken automatisch bij het opstaan een glas water gaat drinken. Kortom, dat drinken van een glas water is op dat moment dan een vast (gedrags)patroon geworden.
Hier zien we een grafiek die de waarnemingen van Pippa illustreert. Voor de meest eenvoudige opdracht hebben we al bijna 3 weken nodig. Voor moeilijkere opdrachten neemt die duur snel toe. Voor de meeste wat moeilijkere opdrachten werd een periode van gemiddeld genomen 66 dagen geobserveerd. Maar het kan ook om een periode van bijna een jaar gaan! Denk als voorbeeld maar eens aan hoe moeilijk het is om ongewenste eetpatronen te doorbreken.
Misschien herken je dit: je neemt je voor om iets anders te doen… maar na een tijdje val je toch terug in je oude patroon. Dat is heel normaal. Het zal ook niet verbazen dat je al eerder met die terugval-situatie hebt kennisgemaakt. Gewoontes zitten nu eenmaal diep. Ze worden niet alleen gestuurd door wat je doet, maar ook door wat je denkt.
In dit deel van de reeks ontdek je:
– waarom veranderen zo lastig is
– hoe jouw patronen werken
– hoe je ze kunt doorbreken
Zodat je niet alleen begint, maar ook volhoudt.
Je gedachten en overtuigingen
Achter elke gewoonte zit een gedachte. Vaak zijn dat zinnen die je ongemerkt tegen jezelf zegt, zoals:
“Dit helpt mij ontspannen” of “Ik begin morgen wel”. Deze gedachten lijken logisch, maar dat zijn ze niet altijd.
Ze helpen je vaak juist om je huidige gedrag vol te houden.
In dit deel van de reeks leer je om die gedachten te herkennen. Want pas als je ziet wat je jezelf vertelt, kun je er iets aan veranderen.
In het eerste hoofdstuk gaat het om de vraag hoe bepaalde gewoontes zijn ingeslepen en waarom het zo moeilijk is om van de ongewenste gewoontes weer af te komen.
We kijken in dit hoofdstuk ook wat het epigenoom ons te zeggen heeft.
Wat werkt voor jou?
Er is niet één manier die voor iedereen werkt. Wat voor de één goed gaat, werkt voor de ander misschien helemaal niet.
Daarom is het belangrijk om te kijken naar:
– wat past bij jou
– wat haalbaar is in jouw situatie
– waar jij het meeste kans van slagen hebt
In dit gedeelte leer je om keuzes te maken die bij jou passen. Zo vergroot je de kans dat je het ook echt volhoudt.
Omgaan met moeilijke momenten
Veranderen gaat bijna nooit in één keer goed. Iedereen krijgt te maken met terugval of moeilijke momenten.
Dat is geen mislukking, maar onderdeel van het proces. Belangrijk is wat je dan doet:
– geef je op?
– of pak je het weer op?
In dit gedeelte leer je hoe je met zulke momenten om kunt gaan,
zodat je niet terugvalt in je oude patroon, maar verder kunt.
Voor het volgen van dit deel is geen voorkennis nodig. Meestal is je motivatie om een bepaalde gewoonte te veranderen al genoeg “brandstof” om dit deel te volgen.
De tijd die nodig is om dit deel door te nemen, schatten we op 1 uur. Het kan natuurlijk meer zijn als je bepaalde onderwerpen verder wil uitdiepen, maar dat is dan wel aangename tijd.