Alles begint bij de cel en de celdeling

Opvallend!

Als een eicel en een zaadcel bij elkaar komen, vindt bevruchting plaats. Die eerste cel splitst zich weer in twee cellen en vervolgens splitsen die cellen zich weer en krijgen we 4 cellen, enzovoorts.
Wat er hier beschreven wordt is het absolute begin van menselijk leven, een proces dat in de biologie kloving (of cleavage) wordt genoemd.
Hier is hoe dat proces stap voor stap verloopt.

1. De Zygote (De basis)
Zodra de zaadcel de eicel bevrucht, ontstaat er één enkele cel: de zygote. Dit is de “moedercel” die alle genetische informatie bevat.

2. De Eerste Splitsingen 
Na ongeveer 24 tot 30 uur begint de eerste deling (mitose). De cellen splitsen zich exponentieel:
• 1 cel wordt 2 cellen (na ongeveer 30 uur). Iedere cel bevat weer hetzelfde DNA
• 2 cellen worden 4 cellen (na ongeveer 48 uur).
• 4 cellen worden 8 cellen, enzovoort

Wat gebeurt er als celdeling voortdurend doorgaat?

Het probleem zit in het woord “enzovoort”

Het eerste probleem schuilt in het woordje “enzovoort”, want het is duidelijk dat er op een gegeven moment een einde aan komt. Anders gezegd: we groeien niet eeuwig door.

En dan het tweede probleem. Ons lichaam heeft een bepaalde opbouw. We hebben een hart, longen, ledematen, ogen en oren.  Hier klopt iets niet, immers we hebben net aangegeven dat als de cellen zich delen er weer twee identieke cellen zijn.

om uiteindelijk een mens te worden…

Het antwoord

We raken hier aan een van de grootste wonderen van het leven.
De redenering loopt vast omdat er een belangrijk proces ontbreekt: differentiatie.
Hieronder zie je waarom het gevoel ontstaat dat “er iets niet klopt” — en hoe de biologie dit oplost.

1. Waarom “enzovoort” stopt
Natuurlijk is het zo dat cellen niet eindeloos kunnen blijven delen als identieke bolletjes. Als dat wel zo was, zouden we eindigen als een vormloze klomp van miljarden gelijke cellen — een soort tumor.
Wat er echt gebeurt, is dit: cellen blijven zich wel delen, maar er verandert iets fundamenteels.

2. Specialisatie
In het begin draait alles om groei: steeds meer cellen.
Daarna schakelen cellen over naar een andere fase: specialisatie.
Cellen krijgen dan een taak. De ene cel wordt een hartcel, de andere een spiercel, weer een andere een zenuwcel.

Belangrijk om te weten: als cellen eenmaal gespecialiseerd zijn, delen sommige nog wel — maar andere (zoals zenuwcellen) bijna niet meer.

Waarom ontstaat specialisatie?

Epigenoom

De ontbrekende schakel is een sturingsmechanisme.
Dat mechanisme verklaart hoe cellen met hetzelfde DNA toch verschillende functies en vormen krijgen. Dat sturingsmechanisme noemen we het epigenoom. Het epigenoom zorgt ervoor dat bepaalde delen van het DNA leesbaar zijn en andere delen niet.
Je kunt het epigenoom vergelijken met een koker met luikjes over het DNA. Gaan luikjes open, dan is dat deel van het DNA actief.
Blijven ze dicht, dan is dat deel niet actief.

Met andere woorden: sommige genen staan aan, andere staan uit.
En het epigenoom regelt dat proces. In de figuur zie je hoe we dit voorstellen met een koker met luikjes die open en dicht kunnen.

Let op: dit is een vereenvoudigde voorstelling om de werking van het epigenoom duidelijk te maken, of nog beter: om de de functie van het epigenoom uit te leggen. 

een voorstelling van het epigenoom als een omhulsel met luikjes

Een aardige vergelijking

Als het DNA het kookboek is met alle recepten voor de cellen van een mens, dan is het epigenoom de chef-kok die beslist welke recepten er vandaag gekookt worden en welke hoofdstukken met een paperclip worden dichtgemaakt. We zien hier:

• Het DNA: waarmee de code is geschreven. Deze is in elke cel (hart, oog, huid) identiek.

• Het epigenoom: de “schakelaars” op het DNA. Door chemische labels aan het DNA toe te voegen, kan een gen “worden uitgezet” (geblokkeerd) of juist “worden open gezet” (geactiveerd). 

Epigenetica gaat over het aan-  en uitzetten van deze schakelaars.

Een doorbraak

De ontdekking van het epigenoom is een doorbraak die ons denken over ouder worden volledig heeft veranderd.

Lange tijd dachten we dat ons DNA ons lot bepaalde. Je wordt geboren met je genen — en daar moet je het mee doen. 
Maar dat blijkt niet waar te zijn. 
Het epigenoom laat zien dat genen niet simpelweg “aanstaan”, maar voortdurend worden aangestuurd. Het bepaalt welke genen actief zijn en welke niet. 
De grote doorbraak is dus:

Veroudering blijkt voor een belangrijk deel geen vaststaand proces, maar een verandering in aansturing.

Waarom is die kennis belangrijk voor jou

Hier is het waarom. Niet het DNA zelf verandert, maar de manier waarop het wordt gebruikt. En precies daar liggen de kansen.
Want die aansturing blijk je ook zelf te kunnen beïnvloeden.
Dat gebeurt vooral met je leefstijl (voeding, beweging, tegengaan van stress), en in toenemende mate zijn er ook mogelijkheden met nieuwe technologieën.

Daarom staat het epigenoom aan de basis van longevity, de studie van het langer en gezonder leven.
Studies aan het epigenoom maken voor het eerst duidelijk waarom we ouder worden en hoe we dat proces kunnen beïnvloeden.

Daarom is die kennis belangrijk: we vertellen je niet alleen wat je kunt doen, maar we bieden je ook de mogelijkheid om het te begrijpen waardoor je betere keuzes kunt maken!

Healthspan en Lifespan

Healthspan: we proberen het aantal gezonde jaren te verlengen op basis van informatie die metingen aan het epigenoom opleveren. Door deze metingen kunnen we steeds beter zien wat echt belangrijk is voor onze gezondheid. We maken ook kennis met andere methoden om die healthspan te verlengen.

Lifespan: hierbij beïnvloeden we specifieke genen, waardoor het leven ook daadwerkelijk verlengd kan worden. Experimenten met dieren laten uitzonderlijke resultaten zien. De eerste proeven met mensen zijn inmiddels gestart, maar richten zich voorlopig vooral op het behandelen van typische ouderdomsziekten.

Het gaat om ontwikkelingen die nu gestart zijn en die voor de nabije toekomst veel belovend zijn

Onafhankelijk van je leeftijd

De eerste illustratie over healthspan versus lifespan toont duidelijk mensen die nog niet op leeftijd zijn.
Het belangrijke van de nieuwe inzichten is, dat het in feite om een niet leeftijdsgebonden benadering gaat. Het opvallende verschil is wel dat voor veel volwassen dit nu een nieuwe benadering met betrekking tot gezondheid is, waarmee ze de komende tijd voortdurend geconfronteerd mee worden, terwijl het voor ouderen nog als een soort cadeautje lijkt te komen.

In dit deel van de reeks richten we ons vooral op healthspan.
In deel 2 over het epigenoom gaan we dieper in op lifespan.
We weten natuurlijk al heel veel over wat telt om langer gezonder te leven zoals door gezond  te eten, veel te bewegen, enz. Hoe verhoudt zich die kennis tot wat we nu aan de hand van epigenoom kunnen meten?

Het antwoord

Met de ontdekking van het epigenoom krijgen we daar voor het eerst een concreet en meetbaar antwoord op.

Alles wat je doet — wat je eet, hoe je beweegt, hoe je slaapt, hoeveel stress je hebt — heeft invloed op het epigenoom.
En het epigenoom stuurt weer je genen aan. Met andere woorden:
je leefstijl bepaalt voor een deel welke genen aanstaan en welke niet.

We kunnen bovendien steeds beter meten hoe het met dat systeem gesteld is. Dat is de grote stap vooruit.
Wat vroeger voelde als “goed advies”, blijkt nu directe invloed te hebben op het diepste niveau van je lichaam: je DNA.

We gaan van: “dit is gezond” naar: “dit is waarom het werkt — tot in je cellen” en: “zo kun je het meten”.

En wat moeten we denken van supplementen? Bijvoorbeeld over het supplement NAD+ dat nu erg populair is in relatie tot verjonging. Dat gaat toch over de energieproductie in cellen en dat staat toch los van het epigenoom? Hoe zit dat?

Het antwoord

NAD+ is inderdaad belangrijk voor de energieproductie in de cel. Dat vindt plaats in de mitochondriën (zie het deel supplementen van onze reeks). Maar dat is maar een deel van het verhaal.

NAD+ speelt ook een sleutelrol bij zogeheten sirtuïnen. Dat zijn bijzondere eiwitten die het epigenoom beïnvloeden. We zullen er nu niet dieper op ingaan maar we merken wel op dat:

– deze sirtuïnen NAD+ om gebruiken genen aan of uit te zetten
– ze op deze manier helpen bij herstel van beschadigd DNA

Wat betekent dat voor longevity?

NAD⁺ heeft direct invloed op het epigenoom via een groep eiwitten die vaak genoemd worden als het om longevity gaat.
Als je ouder wordt, daalt het NAD+-niveau. Hierdoor werken de genoemde sirtuïnen minder goed en dat heeft weer invloed op de aansturing van genen. Dus: Minder NAD+ → minder goede epigenetische controle → sneller verouderen

Verantwoording

1. Waar het boek over gaat
Deze cursus is deels gebaseerd op het boek De toekomst van verouderen van em. prof. dr. ir. Kasper Boon. In dit boek komen recente wetenschappelijke doorbraken aan bod die ons denken over ouder worden sterk veranderen. De nadruk ligt daarbij op de rol van DNA, het epigenoom en andere biologische processen die samenhangen met veroudering. Ook laat het boek zien hoe Artificial Intelligence (AI) onderzoekers helpt om deze processen steeds beter te begrijpen. Daardoor ontstaan nieuwe verwachtingen over het vertragen van veroudering en mogelijk ook over vormen van verjonging.

2. De meerwaarde van deze online-reeks
Hoewel het boek een goede basis biedt om alles rustig op papier te lezen, heeft deze online-reeks een aantal extra voordelen:

Interactie
Met video’s en vraag-en-antwoordspellen wordt de uitleg levendiger en actiever.

Verdieping
Bij sommige onderwerpen gaan we uitgebreider op details in.

Visuele ondersteuning
Met afbeeldingen en video’s maken we complexe processen in onze cellen stap voor stap inzichtelijk.

Wat gaan we behandelen?

We hebben de stof in twee gedeelten verdeeld:

(1) wat is het epigenoom en wat het is verschil met DNA
(2) wat betekent het epigenoom in het kader van langer gezonder te leven (healthspan).

Vragen of opdrachten

In deze cursus kom je soms vragen of opdrachten tegen. Laat je daar vooral niet door afschrikken! Je bent namelijk nergens toe verplicht. Ze zijn puur bedoeld als extra verdieping voor wie daar zin in heeft. Voel je dus vrij om ze lekker over te slaan.