Wat vooraf ging:
Vóór de ontdekking van het epigenoom zagen
we al wat oorzaken zijn van versnelde veroudering

Te veel eten en te veel drinken

In de inleiding van deze reeks werd gewezen op het eerste boek dat het belang van een gezonde leefwijze beschrijft. Maar bij de oude Grieken was in feite ook al veel bekend.
Zo stelde de Griekse arts Hippocrates (460 v.Chr. – 377 v.Chr.):

“Als we ieder individu de juiste hoeveelheid voeding en beweging zouden kunnen geven, niet te weinig en niet te veel, dan zouden we de veiligste weg naar gezondheid hebben gevonden.”

De naam Hippocrates is verbonden aan een verzameling teksten die zijn opgetekend en die bekend staat onder de naam:

Hippocratic Corpus

Het gaat om een collectie van zo’n 60 medische geschriften uit de oudheid (± 400 v.Chr.), opgetekend door Hippocrates en zijn leerlingen. Binnen die verzameling zijn er een paar die direct over leefstijl gaan zoals: On Regimen (Over leefwijze)

Deze tekst gaat expliciet over: voeding, beweging, slaap. 

Hippocartes

Het begrip “gezondheid” krijgt een boost

“Wees niet onverstandig, volg het advies van je dokter op: rook een nieuwe sigaret.”

Van de jaren dertig tot de jaren vijftig werd de krachtigste reclameslogan voor het roken – “dokters bevelen aan” – gekoppeld aan ’s werelds dodelijkste consumentenproduct. 
Juist in de periode waarin roken als gezond werd gepresenteerd, begon het te wringen. Advertenties met artsen en geruststellende slogans gaven vertrouwen, ondanks dat men de relatie tussen roken en longkanker toen al wist. 
Vanaf dat moment ontstond er een spanningsveld tussen wetenschap en industrie. Terwijl onafhankelijk onderzoek steeds sterker bewijs leverde, probeerde de tabaksindustrie twijfel te zaaien en het publiek gerust te stellen.

Roken is gezond…

Wie spreekt de waarheid?

Die tegenstelling maakte mensen voor het eerst bewust van een fundamentele vraag: wie spreekt hier de waarheid?
Een belangrijke doorbraak kwam in 1950, toen grootschalig onderzoek van onder andere Richard Doll en Austin Bradford Hill overtuigend aantoonde dat rokers een veel hoger risico hadden op longkanker.

Het kantelpunt

Maar het echte kantelpunt volgde pas in 1964 (!), met het rapport van de U.S. Surgeon General, waarin officieel werd vastgesteld dat roken ernstige gezondheidsrisico’s veroorzaakt. Het vertrouwen in reclame en autoriteit maakt dan plaats voor een groeiende behoefte aan onafhankelijk bewijs. Vanaf dat moment verandert ook de manier waarop we naar gezondheid kijken. Niet langer gaat het dan om wat aannemelijk klinkt, maar om wat aantoonbaar juist is..

Daarmee dat rapport begint een ontwikkeling die uiteindelijk leidt tot waar we nu staan.

Overigens zien we al eerder een bepaalde publieksvoorlichting ontstaan waar het belang van goed eten en voldoende bewegen wordt onderstreept.

De bekende “schijf van 5”  van het voedingscentrum, werd voor het eerst in 1953 gelanceerd.

Begin jaren 2000 verschenen de eerste publicaties van Dan Buettner (o.a. in National Geographic Society). In 2008 verschijnt het boek The Blue Zones

Blue Zones

De stap van algemene gezondheid naar “langer leven” krijgt vervolgens brede aandacht door een serie over Blue Zones op National Geographic.
In deze serie worden gebieden onderzocht waar mensen opvallend vaak een hoge leeftijd bereiken, de zogenoemde “blauwe zones”. Het kaartje toont die gebieden.

Wat deze gebieden gemeen hebben is een leefstijl: eenvoudige voeding, veel beweging, sociale verbondenheid en weinig chronische stress. Daarmee verschuift de publieke aandacht van alleen “gezond blijven” naar het actief verlengen van levensduur.

Wat deze inzichten extra interessant maakt, is dat we tegenwoordig beter begrijpen waarom deze leefstijl ook daadwerkelijk werkt.
De dagelijkse gewoonten die in de blauwe zones vanzelfsprekend zijn, blijken invloed te hebben op processen in het lichaam die we nu koppelen aan metingen aan het epigenoom. Daarmee krijgt het idee van langer leven een steeds concretere, biologische basis.

Longevity

De aandacht voor “longevity” — het actief verlengen van een gezond leven — komt pas echt op gang rond het jaar 2000. Daarvoor ligt de nadruk vooral op het bestrijden van ziekten en het verhogen van de gemiddelde levensverwachting. In de decennia daarvoor groeit wel de kennis over de bouw van het lichaam. In 1953 wordt de structuur van het DNA ontrafeld en in de jaren daarna worden genen steeds beter begrepen. Men gaat er lange tijd vanuit dat deze code bepalend is en nauwelijks is te beïnvloeden. Een belangrijke stap volgt in 2003 met de afronding van het Human Genome Project. Kort daarna verschuift de aandacht: niet alleen de code zelf is belangrijk, maar vooral hoe die wordt gebruikt.

Vanaf de jaren 2000 komt het inzicht dat genen aan- en uitgezet kunnen worden via het epigenoom. Daarmee ontstaat een nieuw perspectief: leefstijl heeft invloed op de manier waarop onze genetische code tot uiting komt. Dit inzicht vormt de basis voor het moderne denken over longevity, waarin niet alleen langer leven centraal staat, maar vooral langer gezond blijven.

Het beroemde Buck Institute for Buck Institute for Research on Aging. Dit instituut werd in 1999 opgericht als eerste longevity-researchcentrum.

De eerste slag van cel naar meten “hoe oud ben je?”

Toen chromosomen onder de microscoop steeds beter zichtbaar werden, ontdekten onderzoekers de uiteinden ervan: de telomeren.

Deze beschermende “kapjes” bleken bij elke celdeling iets korter te worden. Daarmee ontstond voor het eerst een meetbare link met veroudering. Voor het eerst kon men niet alleen zien dát we ouder worden, maar ook iets meten van dat proces.

Telomeren vormden zo een van de eerste bruggen tussen biologische veroudering en meetbare processen in het lichaam.

Door een speciale kleurtechniek zijn de telomeren hier zichtbaar gemaakt (foto NASA).

Slijtage en telomeren

Wat zijn telomeren?
Je kunt telomeren vergelijken met de plastic uiteinden van een schoenveter. Ze zitten aan het einde van je chromosomen en beschermen je DNA tegen beschadiging.

Het verkorten van telomeren
Elke keer dat een cel zich deelt, worden de telomeren een klein stukje korter. Als ze te kort worden, kan de cel niet meer goed delen.
De cel stopt dan met delen (dit noemen we senescentie) of sterft af.
Dit proces speelt een belangrijke rol bij het ouder worden.
Waar het epigenoom bepaalt hoe een cel zich gedraagt, bepalen telomeren vooral hoe lang een cel kan blijven delen.

De link met het epigenoom
Het epigenoom en telomeren zijn twee verschillende systemen, maar ze hebben wel invloed op elkaar. 
Voor een eerste uitleg is het niet nodig om die afhankelijkheid precies te begrijpen.
Daarom gaan we hier niet verder op in.

We tonen nog een aardige video over telomeren.

Door steeds betere meet- en analysemethoden neemt de kennis over het DNA en de structuren die eraan gebonden zijn snel toe. In het volgende hoofdstuk zien we hoe dit leidt tot het herkennen van het epigenoom.

Beantwoord eerst en klik dan pas op de vraag om te zien wat ons antwoord is

Antwoord: Hippocrates stelde dat gezondheid ontstaat als je de juiste balans vindt tussen voeding en beweging: niet te veel en niet te weinig. Hij legde daarmee al vroeg de basis voor het idee dat leefstijl belangrijk is voor gezondheid.

Antwoord: Vanaf dat moment ging men gezondheid niet meer baseren op reclame of autoriteit, maar op wetenschappelijk bewijs. Mensen gingen kritischer kijken naar wat echt gezond is.

Antwoord: Blue Zones zijn gebieden in de wereld waar mensen opvallend oud worden. Deze mensen leven vaak gezond door eenvoudige voeding, veel beweging, sociale contacten en weinig stress.

Antwoord: Men ontdekte dat niet alleen het DNA belangrijk is, maar vooral hoe genen worden aan- en uitgezet via het epigenoom. Daardoor werd duidelijk dat leefstijl invloed heeft op veroudering.

Antwoord: Telomeren zijn beschermende uiteinden van chromosomen. Je kunt ze vergelijken met de plastic puntjes van een schoenveter die voorkomen dat het DNA beschadigt.

Antwoord: Telomeren worden bij elke celdeling korter. Als ze te kort worden, stopt de cel met delen of sterft af. Daardoor zijn telomeren een van de eerste manieren waarop we veroudering in het lichaam kunnen meten.